-
Het is het belangrijkste bladetende insect op de els. De kever komt ook voor op populier, hazelaar en wilg. Incidenteel wordt het dier ook wel op fruitbomen gezien. De kevers van het elzenhaantje overwinteren in de bodem en onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni komen ze voor op de bladeren van vooral de els. Hierin worden ronde tot langwerpige gaten gevreten. Ze kunnen enorme schade aanrichten. De bestrijding bestaat uit het inzetten van insectenetende vogels. Door afgevallen bladeren op te ruimen kan de aantasting verminderen.
-
Het populierenhaantje (Chrysomela populi - voorheen Melasoma populi) is een insect uit de familie bladhaantjes (Chrysomelidae). Een andere benaming is grote populierenhaan. Een kleine zwarte vlek aan de achterkant Algemeen Deze kleine kever is te zien van april tot augustus, en te herkennen aan de meestal scharlakenrode dekschilden, de rest van het lichaam is zwart. De dekschilden kunnen ook wat bruiner of geler van kleur zijn, vooral pas uit de pop gekropen exemplaren zijn lichter, dode (opgezette) exemplaren kleuren bruin. Vanwege de ronde vorm en het bolle schild lijkt deze soort op een van de lieveheersbeestjes, maar hij mist altijd de stippen en wordt iets groter tot 13 millimeter. Ook is het schild iets langwerpiger en zijn kop en borststuk duidelijker gescheiden. Er is nog een overeenkomst met lieveheersbeestjes; bij verstoring wordt een bittere en smerig ruikende vloeistof afgescheiden die vijanden zoals vogels moet verjagen.
-
Het rozemarijngoudhaantje (Chrysolina americana) is een keversoort uit de familie bladhaantjes (Chrysomelidae). De soort komt in Nederland en Belgiƫ voor als exoot en is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa.
Kenmerken De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1758 door Linnaeus.[2] Het dier is overdag actief en kan tot acht millimeter groot worden. Opvallend zijn de kleurrijke en glimmende dekschilden. Hieronder liggen de vleugels, maar deze zijn te kort om mee te kunnen vliegen. De antennes bestaan uit elf geledingen. Bij gevaar gedraagt het rozemarijngoudhaantje zich alsof het dood is en trekt het de pootjes en antennes in. De larve is grijszwart en voedt zich met de bladeren van rozemarijn, lavendel, tijm en salie.


